Veertien zeventiende-eeuwse volksliedjes over het leven in en rond Leiden zijn samengebracht in het boek *Leidse liedjes: Brouwers, wevers en viswijven*. De bundel maakt liedjes die eeuwenlang vrijwel ontoegankelijk waren opnieuw leesbaar én zingbaar voor een breed publiek.
De liedjes zijn afkomstig uit het liedboekje *Het Leysche Vreugden-Hof*, waarvan nog slechts twee zwaar gehavende exemplaren bestaan. Erfgoed Leiden en Omstreken bezit één exemplaar; het andere wordt bewaard door de Koninklijke Bibliotheek.
Elk lied vertelt een verhaal en biedt daarmee een bijzonder inkijkje in het dagelijks leven van Leidenaren in de zeventiende eeuw. Zo gaan de liedjes onder meer over een bezoek aan de kermis en de markt, een wandeling in de omgeving van Leiden en het flaneren over het Steenschuur tussen de ‘nimphjes’. De liedjes hebben een grote cultuurhistorische waarde, omdat relatief weinig bekend is over het dagelijks leven van gewone burgers in deze periode.
De werkgroep *Leidse liedjes* transcribeerde de veertien liedjes, die grotendeels in Gotisch schrift zijn gedrukt. De redacteurs Olga van Marion (Universiteit Leiden) en Jampie van Ginneken voorzagen de teksten van historische inleidingen en illustraties en voegden waar nodig woordverklaringen toe.
Ook de muziek is opnieuw toegankelijk gemaakt. Twee musicologen zochten de bijbehorende melodieën op en noteerden deze in modern notenschrift. Daardoor kunnen de eeuwenoude Leidse liedjes niet alleen weer worden gelezen, maar ook opnieuw worden gezongen.
Na 9 september is *Leidse liedjes: Brouwers, wevers en viswijven* voor € 20 te koop bij boekhandels in Leiden en omstreken en bij Uitgeverij Ginkgo, Citrusweg 12 in Leiden, telefoon 071-5125636. Ook is het te koop tijdens de Open Monumentendagen en de dies van de HVOL. Leden betalen tijdens die evenementen én bij de uitgever €17,50 op vertoon van de ledenpas.
Op woensdag 9 september om 11.30 uur wordt de verschijning van het boek officieel gemarkeerd. De werkgroep *Leidse liedjes* overhandigt dan in het stadhuis van Leiden het eerste exemplaar aan de burgemeester van Leiden.


























