Morspoortplein

In 2016 heeft een herinrichting plaatsgevonden van het Morspoorplein, op een wijze die naar de mening van het bestuur van de HVOL historisch volstrekt onverantwoord is. Voorzitter en vicevoorzitter van het HVOL-bestuur hebben in juni 2016 in een gesprek met de burgemeester en twee wethouders hun kritiek geuit op die herinrichting. De HVOL was hierbij ook niet betrokken en voor zover kon worden nagegaan is ook geen omgevingsvergunning verleend. Grootste bezwaar is dat de Morspoort (de oudste van de twee nog resterende stadspoorten in Leiden), op een soort sokkel met twee treden aan de stadskant is geplaatst. Daarmee wordt geweld aangedaan aan de functie van de poort, eeuwenlang gebruikt als in- en uitgang van de stad, ook voor handkarren en paard en wagen en later vooral fietsen. De herinrichting en met name het trapje hadden tot doel fietsen door de poort onmogelijk te maken althans te ontmoedigen. Voorts is het plaatsen van extra bomen aan de stadskant historisch niet verantwoord en dreigen de bomen de poort deels aan het zicht te onttrekken. Om fietsen door de poort verder te belemmeren zijn grote plantenbakken voor de poortopening geplaatst die verder afbreuk doen aan ware betekenis van de stadspoort en het zicht op de poort verder aantasten.

Voor wat betreft de herinrichting van het Morspoortplein heeft het bestuur in een brief aan het college van B&W in juli 2016 zijn zorgen geuit over de mate van respect dat wordt getoond voor een van de topmonumenten van onze stad. Het college toonde zich ook niet gelukkig met het resultaat van dit project en wijst op uitvoeringsfouten, die zouden worden hersteld. Na het terrasseizoen en 3 oktober (2016) is een fors deel van het Morspoortplein weer opgebroken en opnieuw aangelegd/bestraat. Een wezenlijke verbetering heeft dat echter niet opgeleverd. Er blijft een verhoog aan de stadskant, met twee traptreden; en nu werd zelfs aan de buitenzijde een drempeltje gemaakt, kennelijk om de onderdoorgang voor fietsers verder te ontmoedigen. Vanuit historisch oogpunt blijft de herinrichting van het plein naar de mening van de HVOL een grote misser, een standpunt dat door velen, ook in de buurt, wordt gedeeld. We hebben dit  bij diverse gelegenheden aan de orde gesteld en daarbij de suggestie gedaan dat het trapje zou worden vervangen door een hellingbaantje zoals dat jaarlijks (tijdelijk) voor de Leiden Marthon wordt aangelegd. Als zo'n hellingbaantje permanent in correcte bestrating over de volle breedte van de poortopening zou worden aangelegd, zou een sterk bekritiseerd element bij de Morspoort kunnen worden geëlimineerd. 

Met name vanwege klachten over de verhoogde onveiligheid van de nieuwe situatie, is verkeersonderzoek uitgevoerd door een extern bureau. De uitkomst van dat onderzoek heeft in 2018 geleid tot een aantal voorstellen voor aanpassing, waarbij de situatie vanuit historisch oogpunt verder dreigt te verslechteren, zoals het duidelijker markeren van het trapje door middel van een hardstenen stoep. Het bestuur van de HVOL heeft daarom in augustus 2018 een brief geschreven aan het college van B&W met een dringend beroep om meer respect te tonen voor de historie van onze oudste stadspoort. Op onze brief van augustus 2018 is een inhoudelijke reactie van het stadsbestuur uitgebleven. Mede naar aanleiding van vragen en een dsicussie tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de HVOL (27 maart 2019), heeft het bestuur eind maart 2019 opnieuw een brief aan het college van B&W geschreven. Daarin heeft het bestuur, onder het uitspreken van het vermoeden dat een reconstructie van het Morspoortplein zoals eigenlijk nodig zou zijn uit financieel oogpunt niet haalbaar is, gevraagd de eerder door ons geuite, veel eenvoudiger oplossing te realiseren van een hellingbaantje in plaats van het trapje. 

Ondertussen had op 28 maart 2019 het CDA-raadslid Joost Bleijie tijdens de raadscommissie Werk en Middelen vragen gesteld, mede naar aanleiding van een publieke opmerking van wethouder Yvonne van Delft (portefeuille cultuur en erfgoed) tijdens een Erfgoedsymposium op diezelfde dag dat zij de situatie bij de Mosrpoort ook maar raar vond. Wethouder Van Delft zei in de commissievergadering bereid te zijn er opnieuw naar te kijken, maar de eveneens aanwezige wethouder Dirkse zei dat zulks niet zou gebeuren - een opmerkelijke situatie in een collegiaal bestuur. In die situatie heeft Joost Bleijie op 11 april 2019 een reeks schriftelijke vragen gesteld aan het college. In de beantwoording daarvan op 3 juni 2019 verdedigt het college de situatie zoals die ontstaan is en de wijze waarop die tot stand is gekomen. 

Ook op 3 juni 2019 beantwoordde het college onze brief van eind maart en kwam daarin tot de conclusie dat het geen aanleiding ziet het ontwerp aan te passen en dat een permanenete hellingbaan niet zal worden aangelegd. In de brief wordt op z'n minst de suggestie gedaan dat de HVOL bij het ontwerp van de herstructurering betrokken is geweest. Het bestuur van de HVOL heeft dat in een brief van 7 juli 2019 willen rechtzetten en in het kort nog eens zijn positie vastgelegd.  

(bijgewerkt tot juli 2019)