De stichting van een Joods weeshuis in Leiden (1880) lag niet voor de hand. De kleine Joodse gemeenschap in Leiden had er geen behoefte aan, en er waren al 7 Joodse weeshuizen in Nederland. De voornaamste bestaansreden voor het Leidse weeshuis was de bereidheid om ook zeer jonge kinderen (1-5 jaar oud) op te nemen. Voor sommige kinderen die als baby waren gekomen en die soms 15 tot 18 jaar waren gebleven was het weeshuis het enige echte “tehuis” dat ze hadden gekend. Echte wezen waren er overigens nauwelijks: de weeshuizen waren er vooral om kinderen op te vangen die om sociale redenen niet meer thuis konden blijven.
Toen op 18 juni 1929 de vaste stafleden met 25 kinderen verhuisden van het stokoude gebouw aan de Stille Rijn no. 4 naar het nieuwe, hypermoderne gebouw aan de Roodenburgerstraat - hoek Cronesteinkade begon een periode van ongekende bloei. Daarvan getuigt de overvloed aan verhalen, getuigenissen en – vooral - foto’s, vaak gemaakt door de oudere kinderen zelf. Bovendien is van bijna alle bewaard gebleven foto’s bekend wie er op staat. Dat maakt de geschiedenis van dit weeshuis vrij uniek.
Al in april 1933 worden de eerste Joodse vluchtelingen opgevangen. Die vluchtelingen die er in mei 1940 nog zijn worden ingehaald door de Duitse invasie. Op 17 maart 1943 wordt het weeshuis door de Leidse Politie ontruimd, en worden de 50 kinderen en 9 stafleden naar Westerbork gebracht. Van hen worden 34 al 6 dagen later naar Sobibor gebracht waar zij allen bij aankomst worden vermoord. De overige 23 kinderen worden in succesieve transporten ook gedeporteerd. Twee jongens worden door Duitsers vrijgelaten dankzij heroische inzet van Hijme en Emilie Stoffels, de buren om de hoek aan de Cronesteinkade. Die hadden eerder al meerdere kinderen voor deportatie behoed.
Van de in totaal 168 kinderen van wie wij weten dat ze vanaf 1929 in het weeshuis hebben gewoond (inclusief de bovengenoemde 50) zijn er 120 vermoord (71%) terwijl 42 (25%) met zekerheid de oorlog hebben overleefd. Van hen zijn ook vele verhalen bekend. Zij ontsnapten dankzij valse afstammingspapieren, gevaarlijke tochten naar Zwitzerland of Spanje, een uitruiltrein van Bergen Belsen naar Palestina, of in onderduik. Sommigen overleefden door puur toeval en geluk. Twee kinderen waren “net op tijd” overgeplaatst naar het Burgerweeshuis in Amsterdam om door Truus Wijsmuller te worden gered. Zij ontsnapten op de Bodegraven naar Engeland op 14 mei 1940, de dag van de capitulatie.
De lezing wordt georganiseerd in samenwerking met de Stichting Vrienden van de Leidse Synagoge.
Jaap W. Focke (1949) studeerde geologie in Leiden, promoveerde op een studie naar koraalriffen in het Caraibisch en Atlantisch gebied, en werkte in het buitenland voor een grote oliemaatschappij. Hij behaalde na zijn pensionering een tweedegraads lesbevoegdheid in Rotterdam en een eerstegraads in Utrecht. Recent publiceerde hij bij Amsterdam University Press "Machseh Lajesoumim - A Jewish Orphanage in the City of Leiden, 1890 - 1943".
