Jan Menno Meine Jansen, Stationsplein 107

Jan Menno Meine Jansen 1Onder monumentale kunst wordt verstaan de kunst die ontworpen is als onderdeel van een gebouw. Met name de gebouwen uit de wederopbouwperiode (1940-1965) zijn rijk aan monumentale kunst. De zogenaamde percentageregeling van de overheid waarbij 1,5 % van de bouwsom aan kunst kon worden besteed vormde hiervoor een stimulans. Het zijn echter juist de gebouwen uit deze periode die vaak met afbraak worden bedreigd.

Rijksbelastingkantoor Stationsplein
Dat geldt ook voor het voormalige rijksbelastingkantoor – nu gemeentekantoor - aan het Stationsplein. Dit is ontworpen door de Leidse architecten J. Jonkman en P. van Dorp, die ook verantwoordelijk waren voor het ontwerp van het ABN-Amrogebouw (oorspronkelijk Twentsche Bank) aan de Breestraat. Het rijksbelastingkantoor dateert uit 1967, de nadagen van de wederopbouw. Het is daarmee een laat voorbeeld van de synthese tussen architectuur en beeldende kunst die zo kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Het gebouw bestaat uit twee vleugels die verbonden worden door het trappenhuis. In het trappenhuis is over de volle hoogte van zeven verdiepingen een glas-in-betongevel aangebracht die is ontworpen door de kunstenaar Jan Menno Meine Jansen. De ramen bestaan uit abstracte kleurvlakken in rechthoekige betonnen omlijstingen. Zij zorgen voor een overweldigende lichtsensatie waarbij de doorlopende kleurveranderingen aan elke verdieping een eigen sfeer geven. 

Jan Menno Meine Jansen 2Jan Menno Meine Jansen
Jan Menno Meine Jansen (Meppel 1908 – Driebergen 1994) werd opgeleid aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs en de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, beide in Amsterdam. Hij beoefende de vrije schilderkunst en vervaardigde tekeningen en gouaches. Zijn eerste glas-in-loodraam ontwierp hij voor de Rabobank in Driebergen (1958). Hierna volgden enkele ramen met religieuze voorstellingen in de kerken in Bennekom en Benschop. In de jaren 1960 werd Meine Jansens stijl meer non-figuratief. De glas-in-betontechniek is ontwikkeld in Frankrijk en werd na de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland toegepast. Deze techniek was bijzonder geschikt voor de architectuur uit de wederopbouwperiode.

Ander werk
Glas-in-betonramen van Meine Jansen zijn te vinden in de Protestantse Messiaskerk in Wassenaar (Zijllaan, 1967), waar de invloed van Le Corbusier merkbaar is, en het Dorpscentrum van de Protestantse Gemeente Oegstgeest (Lijtweg, 1967) dat ook is ontworpen door de architecten Jonkman en Van Dorp. In de jaren 1970 vervaardigde Meine Jansen glasappliquéramen. Glasappliqué is een in Nederland uitgevonden techniek waarbij stukken gekleurd glas gelijmd worden op helder glas of tussen twee glasplaten. Deze techniek maakt vrije vormen en nieuwe kleurcombinaties mogelijk. Meine Jansens ramen zijn meestal uitgevoerd door Atelier Bogtman in Haarlem.

Jan Menno Meine Jansen 4Toekomst?
Afbraak van het voormalige rijksbelastingkantoor werpt de vraag op wat er gaat gebeuren met de glas-in-betonramen van Meine Jansen. Waar mogelijk is het streven monumentale kunst te herplaatsen in een ander gebouw of nieuwbouw maar dat is bij een kunstwerk dat zich over zeven verdiepingen uitstrekt geen gemakkelijke opgaaf. De werkgroep Monumentale kunst hoopt dat de ramen behouden kunnen blijven.