De vijf genomineerden voor de Oud Leiden onderzoeksprijs

De volgende vijf publicaties zijn genomineerd voor de toekenning van de Oud Leidenprijs (onderzoeksprijs); in alfabetische volgorde.

Frits Berends en Dirk van Delft, Lorentz. Gevierd fysicus, geboren verzoener, Amsterdam 2019 (uitg.: Prometheus – 2020/2e druk)

Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928) is, samen met Christiaan Huygens, Nederlands grootste natuurkundige. Geboren in Arnhem, waar hij in splendid isolation het elektron bedacht, werd hij op 24-jarige leeftijd hoogleraar theoretische natuurkunde in Leiden. Na zijn Nobelprijs van 1902 groeide Lorentz uit tot internationale coryfee. Zijn elektronentheorie stond op gelijke hoogte met Einsteins relativiteitstheorie. Met zijn diepe inzicht, innemende karakter, tact en talenkennis was Lorentz de ideale voorzitter van de wereldberoemde Solvay Raden in Brussel. Diezelfde gaven benutte hij in en na de Eerste Wereldoorlog als onvermoeibaar verzoener. Lorentz, begenadigd popularisator, was getuige van de revolutionaire overgang van klassieke naar moderne natuurkunde. Als voorzitter van de Zuiderzeecommissie rekende hij persoonlijk de loop van de Afsluitdijk uit. En in de internationale commissie voor intellectuele samenwerking, de voorloper van Unesco, diende hij de wereldvrede. Lorentz. Gevierd fysicus, geboren verzoener brengt een groots en rijk leven – ‘een kunstwerk’, vond Einstein – op toegankelijke wijze in beeld. Een leven dat eindigde met een meer dan indrukwekkende uitvaart in Haarlem, als ware het een staatsbegrafenis. Frits Berends (1938) is emeritus hoogleraar theoretische natuurkunde in Leiden, heeft diverse publicaties over Lorentz op zijn naam staan en is medeauteur van een boek over de eerste Solvay Raden. Dirk van Delft (1951) is oud-directeur van Rijksmuseum Boerhaave en won met zijn biografie/proefschrift over Heike Kamerlingh Onnes in 2005 de NWO Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie. 
 

Jaap W. Focke, Machseh Lajesoumim. A Jewish Orphanage in the City of Leiden, 1890-1943, Amsterdam 2021 (uitg.: Amsterdam University Press)

Het Joodse Weeshuis in Leiden was het laatste van acht van dergelijke tehuizen dat vóór de Tweede Wereldoorlog in Nederland zijn deuren opende. Na bijna 39 jaar in een oud en volstrekt ontoereikend gebouw in het centrum van Leiden te hebben doorgebracht, was de ingebruikname in 1929 van een gloednieuw gebouw, dat op de voorkant staat afgebeeld, het begin van een opmerkelijk productieve en voorspoedige periode. Het gebouw staat er nog steeds. Helaas duurde de relatief gelukkige periode nog geen veertien jaar. Op woensdagavond 17 maart 1943 sloot de Leidse politie in opdracht van de Duitsers het weeshuis en leverde 50 kinderen en negen personeelsleden af bij het station van Leiden, vanwaar zij naar doorgangskamp Westerbork in het noordoosten van het land werden gebracht. Twee jongens werden uit Westerbork vrijgelaten dankzij de onvermoeibare inspanningen van een buurvrouw in Leiden; één jonge vrouw overleefde Auschwitz en één jong meisje ontsnapte via Bergen-Belsen naar Palestina. De overige 55 werden gedeporteerd naar Sobibor - en niet één van hen overleefde het. Ongeveer 168 kinderen woonden tussen augustus 1929 en maart 1943 in het nieuwe gebouw. Dit boek reconstrueert het leven in het weeshuis aan de hand van de vele verhalen en foto's die zij ons nalieten. Het is opgedragen ter nagedachtenis aan hen die in de Holocaust zijn omgekomen, maar ook aan hen die overleefden. Zonder hen had dit boek niet geschreven kunnen worden.

 

Kees Schuyt, R.P. Cleveringa. Recht, onrecht en de vlam der gerechtigheid, Amsterdam 2019 (uitg.: Boom)

De toespraak die de Leidse hoogleraar Rudolph Pabus Cleveringa (1894-1980) op 26 november 1940 hield tegen de Duitse bezetting, is uitgeroepen tot debelangrijkste Nederlandse redevoering van de twintigste eeuw. Hij besloot openlijk te protesteren tegen de nazi's, nadat die zijn leermeester Eduard Meijers hadden ontslagen omdat hij Joods was. Cleveringa sprak de studenten op beheerste toon toe en daags erna werd hij, precies zoals hij had verwacht, door de Sicherheitsdienst opgepakt en gevangengezet. Deze grondig gedocumenteerde biografie gaat voor het eerst in op de gehele levensloop van Cleveringa. Waar haalde hij de moed vandaan om op te staan? Waren het zijn op vrijheid gerichte Gronings-Friese aard en opvoeding? Kwam het door zijn vorming tot een gedegen jurist, met een door Meijers geïnspireerde opvatting over recht en onrecht? En hoe reageerde hij na de oorlog op alle lof die hem werd toegezwaaid? Gesteund door zijn vrouw en door het Leidse universitaire milieu kon Cleveringa zijn hoe hij was: onverschrokken en fijn van geest.

 

Pieter Slaman, De glazen toren. De Leidse Universiteit 1970-2020, Amsterdam 2021(uitg.: Prometheus) 

De Leidse universiteit lijkt de laatste halve eeuw uiteen te zijn gevallen, vooral door schaalvergroting, felle competitie en wetenschappelijke specialisering. Zeven faculteiten, zevenduizend medewerkers en meer dan dertigduizend studenten uit binnen- en buitenland hebben weinig zicht meer op het totaal. Maar wat de duizenden leden van de universitaire gemeenschap met elkaar gemeen houden, is wat zij doen: onderzoeken, onderwijzen, studeren, besturen, bouwen en identificeren.
Met behulp van deze zes facetten van het Leids academisch leven zoekt De glazen toren naar de gezamenlijke ervaringen van vijftig jaar. Hierbij wordt een universiteit zichtbaar die losgelaten werd door haar statelijke hoeder en een open speelveld betrad, vrij en minder beschermd. Daardoor ontstond een noodzaak om een eigen Leidse koers te bepalen. De universiteit vond zichzelf opnieuw uit: groter, ondernemender, internationaler. Maar ze hervond ook veilige ankerpunten in tradities, oude en nieuwe.
Pieter Slaman is onderwijs- en beleidshistoricus, verbonden aan de Universiteit Leiden. Eerder publiceerde hij onder meer In de regel vrij. 100 jaar politiek rond onderwijs, cultuur en wetenschap.

 

Bart van der Steen, In Leiden moet het anders. Geschiedenis van een SP-afdeling 1970-1982, Hilversum 2019 (uitg.: Verloren)

Met de leus ‘In Leiden moet het anders en anders is de SP’ voerde de SP in 1982 campagne voor de Leidse gemeenteraad. Met succes, want na twaalf jaar actievoeren veroverde de afdeling haar eerste gemeenteraadszetel. Tussen 1970 en 1982 veranderde de SP van een kleine maar enthousiaste groep revolutionairen in een lokaal gewortelde actiepartij. Bart van der Steen reconstrueert alle grote acties en campagnes van de Leidse SP-afdeling in de jaren zeventig en plaatst ze in een bredere context. Hij laat zien hoe de partij zich ontwikkelde, wat het betekende om lid te zijn van de SP en hoe lokale Leidse acties zelfs invloed hadden op het landelijke beleid. De geschiedenis van de Leidse SP maakt duidelijk hoe belangrijk de afdelingen waren voor de doorbraak van de partij.

Op deze genomineerden kunt u niet stemmen. De jury draagt de winnaar voor aan het bestuur van HVOL.