Kaasmarkt

De Kaasmarkt is al jaren een sterk verwaarloosd stukje binnenstad. Bomvol geparkeerde auto's, slecht onderhouden bestrating, deels ook slecht onderhouden panden en percelen langs de randen van het plein. Een rotte kies in de historische binnenstad. Sinds 2016/2017 wordt in het kader van het Programma Binnenstad gewerkt aan plannen voor een herinrichting van de Kaasmarkt, inclusief nieuwe bebouwing op een aantal plaatsen aan de randen van het plein. Ook de toekomst van de Kaasmarktschool is daarbij aan de orde. De opzet was een samenhangende visie op te stellen voor het geheel. 

Kaasmarkt1In januari 2017 zijn plannen van gemeentelijke kant uiteengezet op een informatieavond. De HVOL heeft vervolgens deelgenomen aan de bijeenkomsten van de klankbordgroep Kaasmarkt, waaraan ook wijkverenigingen, gebruikers van de Kaasmarktschool en omwonenden (ook ondernemers) deelnamen.

Het parkeren is daarbij steeds een 'hete aardappel' geweest: moeten parkeerplaatsen verdwijnen? Alleen bezoekersparkeerplaatsen opheffen? Of ook die voor omwonenden / vergunninghouders? Parkeerterrein of groen park? De optie van een ondergrondse parkeergarage is onderzocht en door twee achtereenvolgende colleges van B&W afgewezen in verband met te hoge kosten. Ook is een onderzoek ingesteld naar een ophoging van de parkeergarage Haarlemmerstraat (boven AH) als compensatie voor het wegallen van parkeerplaatsen op de Kaasmarkt. En wat is de relatie met de herinrichting van de Hooigracht waar ook parkeerplaatsen verdwijnen?  

De hoogte van bebouwing op de hoek van de Middelweg en het plein en die in het verlengde van de Koppenhinksteeg (percelen in particuliere handen) waren punten van discussie, net als de gemeentelijke plannen voor een bebouwing langs de Oude Rijn, vanaf de Hooigracht: een rijtje grachtenhuizen. En dan was er de Kaasmarktschool: gemeentelijk eigendom dat te koop werd gezet, in gebruik bij kunstenaars die er willen blijven. De (te verbouwen) school is ook kandidaat geweest voor herhuisvesting van bewoners van de Doelengracht-woningen die moeten wijken voor de Humanities Campus van de Leidse universiteit. Of toch verkoop aan een projectontwikkelaar?
Kaasm

Een ingewikkeld palet van met elkaar samenhangende zaken en belangen. De gemeente heeft er in 2019 voor gekozen hiervoor verschillende trajecten te gaan bewandelen in afwijking van de oorspronkelijke opzet voor een samenhangende visie. Te beginnen met een programma van eisen (PvE) voor de bebouwing langs de randen van de Kaasmarkt. Het bestuur van de HVOL heeft daarop in november 2019 een inspraakreactie ingezonden met een pleidooi voor - op enkele punten - enigszins afwijkende bouwhoogtes en voor het in stand houden van de historische zichtlijn van de Middelweg naar de Oude Rijn. Net als bij veel andere inspraakreacties het geval was, heeft het college van B&W ervoor gekozen  onze suggesties te verwerpen zonder een degelijke onderbouwing en deels gebaseerd op een onjuiste voorstelling van zaken. De wijkverenigingen hebben scherp geprotesteerd tegen de wijze van afhandeling van hun inspraak door het college.

Ondertussen presenteerde het college een "Kaderbesluit renovatie en ophoging parkeergarage Haarlemmerstraat". Met een voorstel tot ophoging met 1,5 etage voor een kleine honderd extra parkeerplaatsen, kosten rond de € 5 miljoen. De bestaande garage zou dan tegelijk worden gerenoveerd en de buitenzijde van de garage zou vergroend worden. Een rechtstreekse relatie met de parkeersituatie op de Kaasmarkt werd niet gelegd, wel met de doelstelling van een autoluwe binnenstad.

Het bestuur van de HVOL heeft op 22 april 2020 een brief geschreven aan het college en aan de leden van de gemeenteraad. Daarin wordt allereerst ingegaan op de wijze waarop de inspraak op het PvE van de Kaasmarkt-randbebouwing wordt afgedaan. Het bestuur heeft zich in het licht van zijn algemene stellingname met betrekking tot hoogbouw / ophoging van bestaande bouw in de binnenstad uitgesproken tegen een ophoging van de parkeergarage vanwege een (verdere) aantasting van het beschermd stadsgezicht. En tenslotte heeft het bestuur zich teleurgesteld getoond dat er geen totaalvisie voor het gebied Kaasmarkt en omstreken wordt gepresenteerd, maar slechts deelvoorstellen die, eenmaal aangenomen, keuzemogelijkheden voor de herinrichting van de Kaasmarkt onnodig kunnen beperken. Het bestuur heeft de raad opgeroepen geen deelplannen goed te keuren zonder dat er een 'totaalvisie' is. Het bestuur van de HVOL heeft deze standpunten onderstreept tijdens inspraak op 19 mei 2020 in de raadscommissies voor Stedelijke Ontwikkeling (Kaasmarkt) en Leefbaarheid en bereikbaarheid (ophoging Haarlemmerstraatgarage). De gemeenteraad heeft in juni 2020 met ruime meerderheid besloten tot ophoging van de Haarlemmerstraatgarage. Het PvE voor de randbebouwing van de Kaasmarkt kreeg ook een meerderheid in de raad maar door een aantal moties en amendementen is het nog onduidelijk hoe het eindresultaat eruit zal zien. De herinrichting van het plein is nog een open vraag. In de raad leeft een duidelijke wens tot een groen en zo autovrij mogelijk plein, maar dat lijkt voorlopig te botsen met de parkeervraag van met name vergunninghouders. 

 (bijgewerkt tot 1 juli 2020)

 

 

Nieuws uit de Commissie Historisch Karakter van de Stad

Hoogbouw en ons beschermd stadsgezicht

Er lijkt sprake van een stroomversnelling: hoogbouw in Leiden. Op zich niet zo verwonderlijk als je kijkt naar de  woningbouwopgave en het zo beperkte grondoppervlak van onze mooie stad. Maar hoe ver ga je? In de hoogbouwvisie van de gemeente wordt uitgegaan van een maximum van 70 meter. Maar gaat het wel om absolute getallen?

Als bestuur van de HVOL vinden we dat zo’n harde grens niet alleenzaligmakend is. Wij kijken er vanuit onze statutaire doelstellingen ook anders tegenaan dan bijv. omwonenden, die zeer terechte bezwaren kunnen hebben in verband met verkeer, parkeren, bezonning etc. Maar daar bemoeien wij ons niet mee. Onze doelstelling is in dit verband de bescherming van het cultureel erfgoed en dan in het bijzonder van het beschermd stadsgezicht.

Ons beschermd stadsgezicht is niet voor niets beschermd. Het gaat o.m. om stedenbouwkundige structuren en ensembles van gebouwen die  historische waarden vertegenwoordigen. Die waarden kunnen ‘van binnenuit’ aangetast worden – door bijv. sloop en ongepaste nieuwbouw binnen het gebied van het beschermd stadsgezicht. Een aantal malen hebben we in de afgelopen jaren bezwaar aangetekend tegen bouwplannen die we (o.a.) te hoog vonden omdat ze (mede) door hun hoogte niet pasten in de omgeving: Waardgracht, Scheepmakerssteeg, Zijlsingel (net buiten de binnenstad). Die kwamen lang niet aan de 70 meter.

Bouwplannen aan de (brede) randen van het beschermd stadsgezicht bezien we vooral door de effecten die ze hebben op dat beschermd stadsgezicht en dan gaat het vooral om zichtlijnen. Bij de eerste fase van het Stationsplein hebben we ons jaren geleden neergelegd na verzekeringen dat de torens slank zouden zijn, doorkijken zouden bieden tussen de torens door en ze de zichtlijnen vanuit de historische binnenstad niet te zeer zouden belasten. Nu de Lorentz vergevorderd in aanbouw is, blijkt dat tegen te vallen. Bovendien staat de uitstraling van het Lorentz-complex ver af van de kleinschaligheid van het naastgelegen beschermd stadsgezicht. En zo verstoort het gebouw van Heerema bij de Plesmanlaan het beeld aan de ‘einder’ van de Oude Singel. Zelfs op die afstand - zie foto. 

En nu zijn er weer nieuwe plannen. Tot 115 meter hoog aan de Willem de Zwijgerlaan en ophoging met enkele etages van kantoorpanden langs de Schipholweg waar gewoond zou moeten gaan worden. En dan zijn er plannen voor hoge torens aan de westkant van de spoorlijn, bij de Wassenaarseweg.  

Opvallend is dat strijdigheid met vigerende bestemmingsplannen amper een rol speelt in de discussies: de gemeente is tegenwoordig wel erg gemakkelijk bereid bestemmingsplannen aan te passen aan gepresenteerde bouwplannen (in plaats van het omgekeerde). Minder dan voorheen lijkt de burger te mogen vertrouwen op bestemmingsplannen, een aantasting van zijn rechtszekerheid.

Vanuit de HVOL kijken wij ook bij deze jongste plannen weer vooral naar de zichtlijnen vanuit ons beschermd stadsgezicht, in dit geval met name vanuit de historische binnenstad. In ons commentaar op de Omgevingsvisie 2040 van de gemeente Leiden hebben we dit thema al aangesneden.

Onze binnenstad is geen openluchtmuseum en moet dat vooral ook niet worden. Daar is ontwikkeling en dat hoort ook zo. En dat geldt ook voor de aangrenzende gebieden. Maar er moet wel een zekere proportionaliteit zijn in de relatie tot de binnenstad/het beschermd stadsgezicht. Die proportionaliteit staat hoge woondichtheden overigens niet in de weg. 

Met buitenproportionele plannen in aangrenzende gebieden wordt juist bijgedragen aan het beeld van de binnenstad als openluchtmuseum. Loop in Den Haag maar eens over Buitenhof en langs de Hofvijver en zie hoe de ‘wolkenkrabbers’ bij het Centraal Station het Binnenhof tot een soort antiek Madurodam reduceren. Die kant moeten we niet op met Leiden.

Horecaterrassen in de binnenstad

Lees meer...