Laatst toegevoegde interviews van De Stem van Leiden:

“Ik hou wel van uitdagingen, dus dat lag me wel.”

Interview met de heer H.W.H. Weeda, 2 oktober 2019

SvL 0110 060 Foto interview dhr HWH Weeda 02 10 2019De heer H.W.H. Weeda werd op 24 januari 1925 geboren in Utrecht. Hij bleef enig kind.
In 1928 vertrok het gezin naar Batavia, waar vader, KNIL-arts, een tropencursus ging volgen. Na afronding ervan verhuisden ze naar Tjimahi, de garnizoensstad van het KNIL. Vader werd vandaar uitgezonden naar Longnawan in Centraal Borneo bij de Apokajan Dajaks, die nog koppensnelden ondanks het verbod daarop. Moeder en zoon bleven achter; naar de Dajaks mochten geen vrouwen en kinderen mee. Na nog verschillende verhuizingen was de laatste standplaats Balikpapan op Borneo. 

Lees meer ...

“Er worden wel vreters gemaakt, maar niet geboren”

Interview met mevrouw J. Hagen-Hofman op 9-11-2019

De aanleg van de rijksweg tussen Rotterdam en Haarlem bracht de uit Vlaardingen afkomstige vader van Co Hofman in de jaren 20 van de vorige eeuw naar Leiden. Stratenmaker was hij en steentje voor steentje kwam hij steeds verder van huis. Op een gegeven moment werd de afstand naar het werk te groot om dagelijks te fietsen. Hij vond in Leiden een kosthuis in de Sint Aagtenstraat. Mevrouw Hagen-Hofman vertelt dat haar ouders – die toen al verloofd waren – in Leiden in de Van Hogendorpstraat een huis konden huren van de katholieke woningbouwvereniging De Goede Woning. 

Lees meer ...

“Die Duitsers waren er ook wel op uit om vrouwen te versieren”

Interview met Herman de Graaf op 19 februari 2018

SvL 0070 060 Foto bord logo NEMToen Herman de Graaf op 1 september 1935 in Haarlem werd geboren, was zijn zus al ruim 12 jaar oud. In zijn eigen woorden: “Ik had er eigenlijk niet mogen zijn, maar ik ben toch met liefde ontvangen.” Een jaar later verhuisde het gezin naar de Meidoornstraat in Leiden, omdat vader ging werken bij de NEM, de Nederlandsche Electrolasch Maatschappij.
De heer De Graaf herinnert zich de Tuinstadwijk als een gezellige buurt waar iedereen elkaar kende. Samen met zijn vriendjes haalde hij kattenkwaad uit, vooral bij de veiling. Op een dag in oktober 1943 was hij daar appeltjes aan het pikken toen hij het vliegtuig over zag komen dat neerstortte bij het Elisabeth Ziekenhuis aan de Hooigracht.

Lees meer ... 

 

In alle vroegte bomen omzagen in Cronestein

Interview met de heer J. Wagemans, 29-10-2019

SvL 0107 60 Advertentie Haagse Clubfauteuilfabriek in Leidsch DagbladZijn hele leven woont Jack Wagemans al in de Tuinstadwijk, tussen de Koninginnelaan, Herenstraat, Lammenschansweg en de spoorlijn naar Utrecht. Hij woont nu nog steeds in het huis waar hij in 1938 als driejarige naar toe verhuisde met zijn ouders en zijn zes jaar oudere zus. Vijf jaar was hij toen de oorlog uitbrak. De heer Wagemans herinnert zich de gaarkeuken in de Herenstraat, bij de kleuterschool: “Daar moesten we bonnetjes inleveren. Een buurman van een paar huizen verderop was het hoofd van de gaarkeuken. Hij nam af en toe wat extra’s voor ons mee.” Wat ook hielp, was dat vader een groentetuin had aan de andere kant van het spoor: “Waar ze nou die huizen hebben gebouwd.” 

Lees meer ... 

Alleen bij de Grofsmederij kon je zoveel lachen voor zo weinig geld

Interview met Daan Schmidt op 5 februari 2019

SvL 0105 060 GrofsmederijIn de Zeeheldenbuurt werden op vrijdag de straatjes geschrobd, de ramen gezeemd en de koperen brievenbussen en deurknoppen gepoetst. Ook de moeder van Daan Schmidt deed dat, eerst in de Oosterstraat en vanaf medio 1930 in de Munnikenstraat. Daniel Franciscus Schmidt, geboren op 16 januari 1930, was de tweede in de kinderrij. Het gezin telde uiteindelijk zeven kinderen.
De heer Schmidt heeft goede herinneringen aan de buurt: “De mensen waren er wel arm, maar het voelde nooit armoedig. De bakker, de groenteboer, de schillenboer, iedereen kwam aan de deur; dat maakte het heel levendig. En op elke straathoek was wel een winkeltje. Daarbij was er een strenge scheiding tussen katholiek en protestant. Denk maar niet dat je als katholiek bij een protestant ging kopen en omgekeerd.”

 Lees meer ...  

Na het diploma snel een baantje

Interview met mevrouw H.C. Smittenaar-Flierman, 3 april 2019

SvL 0104 060 Overzicht NEM terrein in 1974 foto KLM Aerocarto kleinTiny Smittenaar-Flierman werd op 1 augustus 1942 geboren in de Dillenburgerstraat in Leiden. Ze was het tweede meisje in het gezin. Er kwamen nog twee kinderen bij, een meisje, en een jongetje dat op de leeftijd van 9 maanden overleed. Vader was aanvankelijk constructiewerker bij de Leidse Apparatenfabriek en ging later in het Slachthuis werken.Moeder was huisvrouw. Ze was Nederlands-hervormd opgevoed en ging geregeld naar de kerk. De kinderen gingen mee, hoewel ze ook wel naar de kerstviering van het Leger des Heils gingen, waar vader zich bij had aangesloten. In religieus opzicht was het gezin tolerant. Dat een van de dochters, op aandringen van haar toekomstige schoonfamilie, katholiek werd, was geen probleem.

Van timmerman tot directeur bij Burgy

Interview met de heer Leen van Gorkum , 28 maart 2018

SvL 0072 060 Torentje in Clusiustuin foto J Holvast 1990Leendert van Gorkum is op 25 oktober 1936 geboren in de Willemstaat 15 in Leiden, in een echte volksbuurt achter de Maresingel. Zijn vader was slager en toen het hem wat beter ging verhuisde het gezin naar de Mauritsstraat 77. “Mijn vader is aan de Gemeneweg in Hazerswoude geboren en zijn moeder in de Stadspoldermolen, in wat nu de Merenwijk heet. Zij heeft nooit gewerkt.” Leen had nog een broer en zus, die beiden inmiddels zijn overleden. Zijn vader was eerst in loondienst, maar op enig moment werd hem gevraagd of hij een slagerij op de hoek van de Rijnegommerstraat en de Rijndijk wilde leiden. “Hij werd derde eigenaar, voor niets. Dat was niet verkeerd. Toen hij er kwam, was het een heel slechte slagerij. Ze hadden nog geen 600 gulden omzet per week, wat heel weinig was. Hij heeft er een florerend bedrijf van gemaakt.”

Lees meer ...

Van naaister tot kasteleinse

Interview met mevrouw Paula Trel-Vereecken, 17 juni 2019

SvL 0103 061 foto Caf Ons Hoekje hoek Dwars KorenbrugsteegPaula Trel-Vereecken werd op 1 november 1924 geboren in Sint Jansteen, Zeeuws-Vlaanderen. Vader had een eigen bedrijf. Hij kweekte vlas en verkocht de vezels aan fabrieken voor de linnenproductie.  

Paula was vijf jaar toen op haar kleuterschool polio uitbrak. Ze werd ziek. Pas toen ze wat ouder was, bracht haar vader haar naar de Annakliniek in Leiden, waar ze geopereerd werd. Het meisje dat naast haar op zaal lag, kreeg bezoek van een jongeman die steeds vaker kwam sinds Paula daar was: Willem Trel. Langzaam groeide de liefde ook van haar kant. De dag kwam dat ze naar huis kon, naar Sint Jansteen, terwijl Willem gebonden was aan café Ons Hoekje - in de Koornbrugsteeg naast het Stadhuisplein - dat hij samen met zijn vader runde.

Lees meer .. 

Autobiografie van Prof. Matthijs Siegenbeek

Geboren 23 juni 1774 - Overleden 26 november 1854 

SvL 0097 060 Matthijs Siegenbeek in 1847

Het hierna getranscribeerde manuscript bevat een autobiografie voor de jaren van zijn geboorte 1774 tot in 1840, toen hij dit verhaal, tussen zijn drukke werkzaamheden als hoogleraar (hij zou pas in 1844 met emeritaat gaan) voor zijn zoon mr. Daniel Tieboel Siegenbeek op papier zette. Over Matthijs Siegenbeek is al zeer veel geschreven, zodat tal van gegevens uit de literatuur te achterhalen zijn. Toch zijn er nog details in opgenomen die niet breed bekend zijn. Omdat het manuscript in 1840 is afgesloten, is er over zijn latere leven niets meer in beschreven. Het zou interessant geweest zijn als we ook zijn verslag over bijvoorbeeld het overlijden van zijn echtgenote Geertruida Tieboel op 2 juni 1851 uit de eerste hand hadden kunnen lezen en ook meer over zijn familieleven en dat van zijn zoon. 

Lees meer ...

Ik heb nog nooit zoveel verdiend als toen ik failliet was

Interview met de heer Herman Bekkerin, 13 november 2018

Herman Bekkerin werd als jongste van vier kinderen op 4 mei 1937 geboren in de De Genestetstraat in Leiden.
Na het overlijden van zijn vader in 1947 verhuisde hij met zijn moeder naar de Lopsenstraat, waar ze gingen inwonen bij zijn oudste zuster. De arme buurt waar de Lopsenstraat in lag, stond bekend als de Hakbijlenbuurt. Het verhaal ging dat men elkaar wel eens naar het leven stond. De bewoners van de buurt waren economisch afhankelijk van conservenfabriek Nieuwenhuizen op de Morsweg. Er werd veel thuiswerk gedaan: bonen afhalen, gezellig met de buren op straat. Moeder werkte als kookster, onder andere bij Ruteck’s op de Stationsweg.

Lees meer ...