Laatst toegevoegde interviews van De Stem van Leiden:

Directeur van je eigen armoe

Interview met de heer Jan Verhoog op 19 augustus 2020

SvL 0120 061 Vader Verhoogh voor het raam in BankastraatJan Verhoog groeide op in een gezin met vier jongens en vier meisjes. Hij werd op 16 april 1933 als vierde geboren in het huis aan de Bankastraat in de Kooi. De broers en zussen sliepen met z’n allen op zolder, de meisjes aan de ene kant, de jongens aan de andere kant. Twee aan twee in een bed op een zak, gevuld met stro. Bij de jaarlijkse grote schoonmaak werden de zakken gevuld met nieuw stro. Omdat het trapgat gevaarlijk was, ging dat ’s nachts dicht met een luik. Er werd een po neergezet die de volgende ochtend boordevol zat en die werd leeg gekieperd in een emmer. De heer Verhoog kan zich verrassend veel herinneren van de huishoudelijke beslommeringen die vooral op zijn moeder neerkwamen. Hij ziet nog voor zich hoe de tobbe met witte was zachtjes stond te koken in het schuurtje. De wastobbe was heel modern. Via een ingenieus systeem konden er slagen aan de was worden gegeven. Je gaf veertig slagen voordat je naar school ging. Het waswater werd gebruikt om het stoepje voor het huis mee te schrobben. Eén keer in de week kregen alle kinderen een schone onderbroek. Op zaterdag gingen ze allemaal in bad, in koud water natuurlijk. De meisjes op zolder, de jongens in het schuurtje. Lees meer ...

Van ‘ijdel meisje’ tot hulpverleenster

Interview met mevrouw J.J. Dickhoff-van der Linden (Lady Service), 17 februari 2020

SvL 0122 062 Lingerie show van Lady Service in de Stadsgehoorzaal Foto Jan Holvast 1985Judith Dickhoff-van der Linden werd op 28 september 1943 als tweede dochter geboren in de Langestraat in Leiden. Het was oorlog en vader was in Duitsland tewerkgesteld in de Arbeitseinsatz. Het betekende armoede en tot overmaat van ramp kregen beide meisjes roodvonk. Moeder ging naar het Academisch Ziekenhuis, waar haar werd gezegd dat ze de kinderen maar veel appelsap moest geven. Natuurlijk was dat er niet, maar een boer die het hoorde, zei: “Ik heb wel appels voor je.” Toen hij ze bracht, eiste hij wel in ruil ervoor de radio en nog wat spullen. Zelf heeft mevrouw Dickhoff geen herinneringen aan de oorlog, wel kent ze wat familieverhalen. Bijvoorbeeld over hoe moeder op de kinderfiets van de oudste dochter naar Drenthe fietste om eten te halen. Veel leverde dat niet op.
Toen vader na de oorlog terugkwam, kende Judith hem niet. Ze zei oom tegen hem, want de mannen in de hechte familie waren immers allemaal ooms.

Lees meer ...

“Het Kooipark was een heerlijke plek om te spelen”

Interview met mevrouw G.M. van Velzen-van der Veer op 10 maart 2020

SvL 0119 063 Werken op kantoor bij V DHet huis van het katholieke het gezin Van der Veer stond in de Kooilaan, vlakbij ’t Spoortje. Toen Truus op 6 maart 1937 werd geboren, had ze al een aantal oudere broers en zussen. Enkele broertjes en zusjes zijn als kind overleden. Uiteindelijk telde het gezin zeven kinderen. Vader werkte bij het spoor; hij is jarenlang seinhuiswachter bij de spoorwegovergang Rijn-Schiekanaal bij de Kanaalweg geweest. Moeder was thuis om voor de kinderen te zorgen.
De herinneringen van mevrouw Van Velzen-van der Veer gaan terug tot een leeftijd van ongeveer zes jaar. Ze heeft de oorlogstijd als een angstige tijd ervaren. Vanuit het huis konden ze zien dat de V1’s werden opgeladen voor transport naar de plaats waar ze afgevuurd zouden worden. ’s Avonds na achten werden er zwarte gordijnen voor de ramen gehangen. De kolenkachel werd gestookt met hout uit de buurt en met oude kwitanties van het ziekenfonds, waar een oudere broer en zus werkten. Het was natuurlijk niet eenvoudig om zoveel hongerige magen te voeden. Lees meer ...

Memoires van Jacob Overduin

Geboren 7 oktober 1885 - Overleden 23 oktober 1947 

Mijn 40-jarigen loopbaan in de zaak van de N.V. v/h firma R.M. Beuth & Zonen, Kaiserstraat, Leiden;
de fabriek van matrassen, dekens en alles wat daarbij behoort.

SvL 0123 060 Kaiserstraat 8 10 Kantoor en magazijn Fa RM Beuth Zn foto Jan Goedeljee

Met deze titel bevindt zich in de bibliotheek van het Gemeentearchief Leiden (thans Erfgoed Leiden en Omstreken) onder cat.nr. 58451 een fotokopie van deze autobiografie of memoires van Jacob Overduin. Jacob schreef bij zijn veertigjarig jubileum aan de zaak bijgaand geschrift, waarvan het origineel in het bezit is van zijn kleinzoon Chiel Overduin, wonend te Leiden (althans rond 2017). Hij heeft deze fotokopie afgestaan aan het Geschiedenisprojekt van het Leids Vrijetijds Centrum (LVC), Breestraat 66, wellicht naar aanleiding van een soort oproep in de krant van 27 mei 1977. Deze kopie werd slechts zeer zelden geraadpleegd; ondanks dat het handschrift vrij duidelijk was, noodde het niet tot lezen uit. De fotokopie is middels het zinkoxyde-procedé gemaakt en dus grijs, waardoor helaas de vele ingeplakte etiketten en andere reclame-uitingen van Beuth niet goed uit de verf komen – soms zelfs niet eens goed leesbaar zijn. Bovendien vervalt het zinkoxydepapier langzaam, zodat het wenselijk was dat het overgetypt werd, waardoor ook de zoekmogelijkheden sterk zouden toenemen. Mw. A. Poland van ‘De Stem van Leiden’ was bereid dit te doen; P.J.M. de Baar heeft alles nauwkeurig gecollationeerd, onduidelijke zaken uitgezocht en de inleiding geschreven (2020). 
De fabriek van matrassen, dekens en alles wat daarbij behoort van Raphael Marcus Beuth werd door deze in 1868 gesticht als uitvloeisel van zijn winkel in deze producten. Het bedrijf is lang succesvol geweest, totdat per 30-4-1962 de veren-, kapok- en wattenafdeling gesloten was en voorjaar 1967 de rest van het bedrijf (de dekenfabriek); de panden werden verkocht aan resp. Van Wijk en Heringa en de Rijksuniversiteit Leiden, waar later de universitaire mensa (“De Bak’) kwam.Lees meer ...

“Driest als ik was…” Autobiografie van Jeroen Hillenaar

Geboren 2 september 1893 - Overleden 23 maart 1974

SvL 0121 060 Oosterkerksteeg met op de achtergrond de Katoenfabriek rond 1900Jeroen Hillenaar werd op 2 september 1893 als derde zoon geboren op de Waardgracht in Leiden. In totaal kwamen er dertien kinderen, van wie er drie jong overleden.
Vader werkte als wever bij de Leidse Katoenmaatschappij. Om het groeiend aantal monden te vullen, begon hij in de avonduren een barbierszaak in de voorkamer van Oosterkerksteeg 5, waarheen het gezin intussen verhuisd was.
Moeder was huisnaaister. Voor 12,5 cent zette ze een schort in elkaar, de prijs van twee grote broden. Fruit kocht moeder zelden, dat was te duur. Maar Jeroen vulde het tekort wel aan uit de boomgaarden die hij op zijn zwerftochten toevallig tegenkwam. In de bramentijd trok hij te voet naar Katwijk. Op zaterdagavond ging hij van huis en sliep aan de voet van de watertoren. Zodra het licht werd ging hij het gebied van de Leidse Duinwatermaatschappij in, waar de meeste en mooiste bramen te vinden waren omdat niemand er kwam; het was verboden gebied. Thuis zette moeder de bramen op sap, waarvan ze aan gasten uitdeelde als een van de kinderen Eerste Heilige Communie deed.
De woonomstandigheden waren nijpend. De kinderen sliepen in de twee bedsteden. In de ene lagen zes jongens; drie aan het hoofdeind en drie aan het voeteneind. In de andere de vier meisjes.  Lees meer ...

Één step met z’n drieën

Interview met mevrouw Suze van der Blom-van Kooperen, april 2015

SvL 0005 061 Kraaierstraat foto Herman van RietMevrouw Suze van der Blom, in 1930 geboren, groeide op in de Kraaierstraat en vervolgens op de 4e Binnenvestgracht in een hervormd gezin met een broer en een zus. Vader was melkboer in dienst van Menken, waar hij ’s ochtends vanaf vier uur in de fabriek op de Lage Rijndijk moest werken om daarna met de melkwagen, een houten handkar, langs de deuren te gaan. Hij werkte vaak 12 uur per dag. Desondanks was er grote armoede in het gezin. Als kind ging mevrouw Van der Blom twee keer per week met een dubbeltje naar slager De Roode in de Kraaierstraat, voor afvalstukjes. En naar vrouw Prins, de groenteboer, met een stuiver voor een ‘stekkie’: een appeltje of een sinaasappeltje. Daar genoot ze van.
Voor kinderen uit arme gezinnen was er een steunprogramma, ‘Kindervoeding’, dat voorzag in warme maaltijden op school. Helaas soms havermoutpap… Eens per jaar werd ook kleding verstrekt en zwarte kousen, zwarte schoenen. En klompen die op doordeweekse dagen gedragen werden.
De Kraaierstraat was in die tijd een echte winkelstraat met kaasboer, kapper, sigarenwinkel, schoenmaker, een verfzaakje, en het fruitwinkeltje waar je snoepjes kon kopen voor een halve cent… Op zaterdagavond kwam de visboer langs. De vis was dan goedkoop, want die kon het weekend niet overgehouden worden.

Lees meer ...

“Ik zou het nooit meer doen”

Interview met mevrouw J. J. de Roode-Vos (slagerij De Roode), 9 en 30 januari 2020

SvL 0118 063 Slagerij de Roode Kraaierstaat 33 foto Niek BavelaarJanneke de Roode-Vos werd op 3 oktober 1940 geboren op de Nieuwe Rijn in Leiden. Ze had fijne ouders die haar verwenden. Grootvader had een groothandel in ‘primeurs’, zomerfruit dat door tuinders in de omgeving werd aangeboden. Bij de Veiling aan de Veilingkade werden de producten aan groenteboeren verkocht. Alle kinderen bleven in de groente- en fruithandel. Alleen vader, de oudste zoon, koos een andere richting. Hij werd schoenmaker.
In oorlogstijd hielp hij mensen waar hij kon. In de graanzakken die op schepen klaar lagen om vervoerd te worden voor de Duitsers, maakte hij gaatjes, tapte de tarwe af en bakte brood dat hij uitdeelde. Veel herinneringen heeft mevrouw De Roode niet aan de oorlog, ze was te jong. Wel weet ze dat ze nooit iets tegen ‘die mannen met petten’ mocht zeggen en al helemaal niet over de mensen die in de kelder zaten.
Naar school ging Janneke op de Hooglandse Kerkgracht, de school met de bijbel. Als niet-gelovige heeft ze er “deuken aan overgehouden”. Lees meer ...

 

Liever Leiden

Interview met mevrouw M.A. Zwaan-den Hollander, 21 augustus 2019 

SvL 0114 062 1938 Consumptie ijs van Voortman in de van der WerfstraatMaria Zwaan-den Hollander werd op 21 mei 1927 geboren op de Hooglandse Kerkgracht in Leiden. Ze groeide op als enig kind. Vader was veeboer in Leiderdorp, zoals veel mannen dat waren in de zeer uitgebreide familie rond Leiden. Mevrouw Zwaan herinnert zich hoe ze met haar vader meeging naar de veemarkt, waar met handjeklap de beesten verkocht werden. De dik gevulde portefeuilles van de boeren zaten met kettinkjes vast aan de jassen.
Na verloop van tijd deed vader zijn boerderij met grond over aan een broer en begon een eigen bedrijf. Hij verkocht voornamelijk teer en olie die bij bouwwerken en op de vele boerderijen rond de stad gebruikt werden. Ook ging hij ermee naar de veemarkt, waar hij zijn broers en neven ontmoette. Bij Heck, het cafetaria op de Stationsweg, dronk hij koffie met ze en at de meegebrachte boterhammen. De donkere schone, die de tafelkleedjes kwam verversen, maakte grote indruk en in 1925 trouwden ze.
Maria was drie jaar toen ze verhuisden naar de Middelweg, boven het pakhuis waar vaders handelsproducten waren opgeslagen. Maria was op woensdag graag buiten. Dan rook het er heerlijk naar koffie als bij de Branderij de bonen gebrand werden. Lees meer ...

“Er werd ons kwalijk genomen dat we één theelepeltje waren kwijtgeraakt”

Interview met de heer H.Weiland, 16 december 2019

SvL 0117 063 Gymnasium Fruinlaan foto N van der HorstHugo Weiland werd geboren op 26 mei 1930. De vader van Hugo was stuurman bij de koopvaardij. Als gevolg daarvan was hij vaak langdurig van huis. Om die reden liet hij in 1927 in Oegstgeest een huis bouwen voor zijn bruid. Het was voor haar prettig om in de nabijheid van haar ouders in Leiden te wonen. Hugo en zijn drie jaar jongere broer werden in dit huis geboren. Hun moeder had de conservatoriumopleiding afgerond en gaf aan huis pianoles. Hugo verliet in 1952 het ouderlijk huis en keerde in 1968 terug in hetzelfde huis met zijn Oostenrijkse vrouw en hun dochter. Nu, meer dan 50 jaar later, woont hij er nog steeds naar volle tevredenheid.
Aanvankelijk bezocht Hugo de Terweeschool. Na het eerste jaar werd hij naar de Montessorischool gestuurd, omdat zijn moeder nauw bij de oprichting daarvan betrokken was. Vader vond echter dat de kwaliteit van het onderwijs er te wensen overliet. En zo kwam Hugo terecht op de Christelijke school aan het Noordeinde in Leiden. “Ik kwam in de klas bij meester Gras. Hij heeft me klaargestoomd voor het toelatingsexamen van het Stedelijk Gymnasium.”
Lees meer ...

Van Soemba naar de Fagelstraat

Interview op 19 november 2019 met de heer H.P. Nooteboom, "Plantenjager"

SvL 0112 061 Hans Nooteboom Het leven van een plantenjagerDe heer Hans Peter Nooteboom werd als oudste van vier kinderen op 2 juli 1934 geboren in Waingapoe op het eiland Soemba in Indië.
Vader had Indologie gestudeerd en werd bestuursambtenaar. Zijn vrouw leerde hij kennen bij roeivereniging Die Leythe. In 1933 trouwden ze met de handschoen. Vader was al afgereisd naar het toenmalige Nederlands-Indië en zijn bruid volgde hem korte tijd later. Moeder was onderwijzeres. Ze werd ontslagen toen ze trouwde. De overgang naar Indië was groot. Ze woonden er in een riant huis met een schare bediendes. Die spraken geen Nederlands, dus ze moest Maleis leren. Aanvankelijk woonden ze op Flores, maar omdat er een tekort ontstond aan Europeanen op Soemba - ze stierven aan malaria - werden ze daar gestationeerd. Het gezin Nooteboom kreeg ook malaria. Ze overleefden het, maar vader vroeg overplaatsing aan. Het werd Saleier, een eiland ten zuiden van Celebes, maar ook daar werden ze ziek. Moeder had een stopfles vol kininepillen. Had je koorts, dan kreeg je die.
Ambtenaren kregen elke zes jaar een halfjaar verlof. In 1939 ging het gezin daarom naar Nederland. Ze huurden een huis in Leiden. Vader liet de laatste gelegenheid om per schip terug te keren naar Indië voorbijgaan omdat hij bang was dat de Japanners Indië zouden binnenvallen, wat uiteindelijk ook gebeurde.

Lees meer ...

Pagina 1 van 4