De historische vereniging Oud Leiden houdt zich sinds haar oprichting op 5 november 1902 bezig met de geschiedenis van Leiden.

Historische vereniging Oud Leiden : Home > Nieuws > Mededelingenblad > Beleidsnotitie Vereniging Oud Leiden
Beleidsnotitie Vereniging Oud Leiden

Artikel twee van de statuten van de Vereniging omschrijft de belangrijkste doeleinden als het bevorderen van “de kennis van en de belangstelling in de geschiedenis van Leiden en omstreken” en van “het behoud en herstel der aldaar aanwezige monumenten van geschiedenis en kunst”. Deze notitie beoogt na te gaan hoe de Vereniging in de praktijk probeert vorm te geven aan die doeleinden en daarbij de vraag te stellen of in enig opzicht een beleidswijziging wenselijk is. Daarbij worden de uitkomsten van de enquęte in het Mededelingenblad mee in overweging genomen.

Kennisbevordering
Oud Leiden heeft voor de kennisbevordering traditioneel vooral voor twee vormen gekozen: lezingen en het Jaarboekje. Daarnaast zijn er de andere publicaties (of steun daaraan), de excursies, het Mededelingenblad en de Oud Leiden Prijs.

Lezingen
De lezingen worden over het algemeen goed bezocht en in de enquęte ook overwegend positief beoordeeld. Er is dus alle reden de traditie te handhaven. Daarbij lijkt de structuur van het programma met vijf vaste momenten te voldoen.
1. In maart lezing in aansluiting op de jaarvergadering over een per keer te bepalen onderwerp.
2. In mei of juni de Jan van Hout-lezing, te organiseren in samenwerking met de Vereniging Jan van Hout.
3. In september een lezing aan de vooravond van de Open Monumentendagen, aansluitend op het thema van die dagen. Er is tweemaal geëxperimenteerd met muzikale omlijsting. Dat zou een aardige traditie kunnen worden, maar de beste vorm moet nog worden gevonden.
4. De P.J. Bloklezing in samenwerking met het Leidsch Dagblad en de Universiteit van Leiden.
5. Dieslezing op de zaterdag het dichtst bij de oprichtingsdag 5 november.
Locatie Hooglandse Kerk. Combinatie met presentatie Leids Jaarboekje.

Daarnaast worden er meestal in een jaar nog één of twee lezingen gehouden naar bevind van zaken, bijvoorbeeld in januari/februari en in december (mogelijk ook in mei of juni). Gezien het succes van de lezing in de Kooi en de voorkeur in de enquęte voor onderwerpen dicht bij huis, lijkt het aanbeveling te verdienen juist in deze lezingen vooralsnog te kijken naar onderwerpen die te maken hebben met de ontwikkeling van de bebouwde stad. In de enquęte is de vraag gesteld naar lezingen overdag. De uitslag was gemengd. Op zich is een experiment te overwegen. Maar vooralsnog lijkt een andere oplossing (zie andere vormen van kennisbevordering) de voorkeur te verdienen.

Jaarboekje
Het Leids Jaarboekje, dat juist dit jaar aan de honderdste aflevering toe is, wordt algemeen gewaardeerd en hoog aangeslagen. Het beleid dient derhalve te zijn gericht op voortzetting van de huidige koers. Daarbij dient de redactie ook in grote zelfstandigheid te blijven werken. De enquęte wijst op een verlangen naar de voortzetting van de kroniek, wellicht in iets aangepaste vorm. Daarvoor is een concept ontworpen, dat vanaf deel 100 zal worden uitgevoerd. Voor de langere termijn kan de vorm nader overwogen worden. Veel vergelijkbare jaarboeken worden in een gebonden editie, die een veel chiquere uitstraling heeft, uitgebracht. Uiteraard zit daar een mogelijk doorslaggevend financieel aspect aan. Ook zou besproken kunnen worden of de naam voortaan niet gewoon Leids Jaarboek (zonder ‘je’) of Leids Historisch Jaarboek zou moeten zijn.

Andere vormen van geschiedschrijving en subsidies
Oud Leiden is (direct of indirect) betrokken bij andere publicaties over de geschiedenis van Leiden, zoals de Leidse Historische Reeks. Ter bevordering van publicaties kent Oud Leiden voorts het instrument van subsidies. Het te vergeven bedrag is niet bijzonder groot, maar elk jaar kunnen toch weer een aantal boeken met een bescheiden bedrag worden gesteund. Dit beleid dient zeker te worden voortgezet. Meer incidenteel is Oud Leiden direct of indirect bij grotere projecten, zoals de grote vierdelige geschiedenis van Leiden, en zeer recent de samenstelling van een Historische Canon van Leiden en de organisatie van De Dag van de Leidse Geschiedenis. Steun aan zulke ondernemingen of deze zelf initiëren behoort een taak van Oud Leiden te blijven.

Excursies
De excursies, die vrijwel altijd bestemmingen buiten Leiden hebben, zijn strikt genomen geen bijdragen tot de kennisvermeerdering van de geschiedenis van Leiden. Maar zij bevorderen wel de kennis van de geschiedenis. Gezien de tevredenheid van de deelnemers is ook hier weinig reden tot verandering. Hoogstens kan met de excursiecommissie overlegd worden hoe bij eventuele overintekening toch aan de vraag tegemoet kan worden gekomen. Daarnaast valt te overwegen of, mogelijk in samenwerking met Het Gilde, ook af en toe stadswandelingen c.q. stadsexcursies georganiseerd zouden moeten worden.

Mededelingenblad
Het Mededelingenblad is een sobere periodiek, die precies doet wat de titel zegt. Het bevat eerst en vooral de zakelijk informatie die de leden nodig hebben en past de verschijningsdata daarom aan die behoefte aan. De enquęte toont overwegend een overwegend positief oordeel. Alles wijst op voortzetten van het huidige beleid. Voor een duurdere uitvoering (door sommigen in de enquęte genoemd) lijken nu onvoldoende argumenten.

Oud Leiden Prijs
De Oud Leiden Prijs is naar zijn aard kennisbevorderend. Het is geen fantastisch bedrag, maar een leuke onderscheiding. In de huidige situatie is echter een bezwaar dat het reglement alleen nog niet gepubliceerde manuscripten toelaat. Dat leidt soms tot wel een erg magere oogst aan inzendingen. Daarom heeft het bestuur in overleg met de jury voorgesteld om mogelijk te maken voortaan ook reeds verschenen publicaties voor te dragen of in te zenden.

Andere vormen van kennisbevordering
Naast bovengenoemde, alle min of meer traditionele, activiteiten van Oud Leiden zou met betrekking tot kennisbevordering gedacht kunnen worden aan twee vormen.
Symposia. Behalve lezingen met discussie na afloop is het symposium een beproefde vorm van kennisoverdracht. Er zijn tal van onderwerpen, die zich lenen voor een maximaal ééndaags symposium (waarbij veelal een dagdeel voldoende zal zijn). De binnenkort te presenteren Leidse Historische Canon biedt vooralsnog een rijke keuze aan onderwerpen. Zulke symposia zouden goed overdag georganiseerd kunnen worden (bij voorkeur zelfs) en daarmee kunnen zij tevens voldoen in de mogelijke behoefte aan activiteiten overdag (zie de enquęte). Aan te bevelen is met zulke symposia een begin te maken.
Cursussen. In het verleden is onder auspiciën van Oud Leiden wel eens een cursus georganiseerd. Het zou goed zijn als Oud Leiden nagaat of hiervoor in de toekomst mogelijkheden zijn, wellicht in samenwerking met anderen.

Behoud van historisch karakter van de stad
De manieren waarop het behoud van het historisch karakter van de stad kan worden bevorderd lopen zeer uiteen. Welke de voorkeur verdienen hangt nauw samen met de specifieke omstandigheden en de manier waarop het gemeentebestuur en ander instellingen hun verantwoordelijkheden vorm geven. Sinds de oprichting van de Vereniging is er veel veranderd. Toen was de dreiging van grootscheepse sloop en andere aantasting van het erfgoed in de stad en van de historische gegroeide structuur veel groter dan nu. Inmiddels heeft de gemeente om te beginnen een wettelijk geregelde taak in de monumentenzorg. Voorts is het behoud van het historisch karakter van de stad ook (in beginsel onomstreden) gemeentelijk beleid. Meningsverschillen hebben voornamelijk betrekking op specifieke projecten en de uitvoering daarvan. Dat betekent dat voor Oud Leiden een twee-sporenbeleid voor de hand ligt. Enerzijds proberen in een constructieve samenwerkingsrelatie met de gemeente het gemeentelijk beleid zowel in de voorbereiding als de uitvoering daarvan te beďnvloeden. Anderzijds, indien zich niettemin besluitvorming aftekent die in de ogen van de vereniging ongunstig of schadelijk is, gebruik maken van de wettelijke middelen om de uitvoering van zulke besluiten te verhinderen. In de stad zijn bovendien verscheidene andere verenigingen, stichtingen en speciale comité’s actief die specifieke monumenten of typen van monumenten willen behouden. Bij sommige van die stichtingen heeft Oud Leiden mede aan de wieg gestaan en participeert de Vereniging daar ook in via bestuurslidmaatschappen. Met alle ligt nauwe samenwerking voor de hand met respectering van ieders eigen doelstellingen.

Van enig belang is om vast te stellen, dat ‘behoud van het historisch karakter van de stad’ niet betekent dat er in Leiden niets meer mag veranderen, dat de stad als het ware in een openluchtmuseum verandert. Leiden is een levende stad en het is goed als deze veel dynamiek kent. Waar het om gaat is dat met name voor de binnenstad (maar deels zeker ook voor bepaalde delen van de stad buiten de singels) in grote lijnen het historisch gegroeide patroon en het zogenaamde stadsgezicht gerespecteerd wordt en dat de voornaamste afzonderlijke bijzondere monumenten bescherming krijgen.

Periodiek overleg met de gemeente
Recent heeft Oud Leiden het initiatief genomen tot nauwe samenwerking met een zevental andere verenigingen en stichtingen in Leiden, die ieder in beginsel een historische doelstelling met betrekking tot de gehele stad hebben: de 3 October Vereeniging, de Dirk van Eck Stichting, STIEL, de Vereniging Jan van Hout, de Vereniging van Belangstellenden in de Lakenhal, de Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Rijnland, de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling Rijnstreek. De gemeente heeft dit overleg inmiddels Erfgoedkoepel gedoopt. In deze samenwerking, die ook onderlinge afstemming van de activiteiten beoogt, is vooralsnog de nadruk komen te liggen op de gezamenlijke organisatie van een groter evenement en op structureel periodiek overleg met de gemeente.

De gemeente heeft positief gereageerd op het voorstel dat de voorzitter van Oud Leiden namens deze acht verenigingen deed om met een zekere regelmaat (vooralsnog twee keer per jaar) een open overleg te hebben, dat wederzijds informerend is inzake alles wat betrekking heeft op (het behoud van) het historisch karakter van de stad. De gedachte daarachter is dat zolang de gemeente dat behoud van het historisch karakter van de stad hoog in het vaandel voert, sprake is van een gezamenlijke doelstelling, waarover constructief kan worden gesproken ook in een stadium waarin nog niet alle besluiten in de kern al genomen zijn. Juist in de fase van wikken en wegen, van de afweging tussen diverse belangen zou het geluid vanuit de erfgoedkoepel een nuttige rol kunnen vervullen en zou in bepaalde gevallen ook een beroep op de in de erfgoedkoepel aanwezige deskundigheid kunnen worden gedaan. Uiteraard tast dit overleg de handelingsvrijheid van de verenigingen en stichtingen enerzijds en de gemeente anderzijds niet aan. De gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid (bij de wet en jegens de gemeenteraad) en dient in haar besluitvorming diverse belangen te wegen. Omgekeerd dienen de verenigingen en stichtingen vrij te zijn zich desgewenst te richten tegen (voorgenomen) besluiten van de gemeente die naar haar oordeel schadelijk zijn voor het behoud van het historisch karakter van de stad.

Specifieke plannen in de stad en monumenten
Met grote regelmaat doen zich in de stedelijke ontwikkeling vernieuwingen voor die betrekking hebben op specifieke delen van de stad (Aalmarktgebied bijvoorbeeld) of specifieke gebouwen. In het overleg met de gemeente daarover, maar ook ten aanzien van de uiteindelijke besluitvorming, dient Oud Leiden alert te zijn. Daarbij is het uitgangspunt tevens toetsingskader “het historisch karakter van de stad” weliswaar duidelijk, maar ook aan de vage kant en voor meerdere interpretaties vatbaar. Onontkoombaar zal in menig geval naar bevind van zaken moeten worden gehandeld. Dikwijls zullen impulsen van onze leden, van onze zusterverenigingen (ook in de regio) en van speciale actiecomité’s daarbij aanleiding kunnen zijn voor publiek optreden van Oud Leiden. Maar het kan geen beleid zijn om zonder meer al die impulsen te volgen. Oud Leiden zal, zeker bij publiek protest tegen (voorgenomen) besluiten, steeds een eigen oordeel moeten vormen. Dit laatste kan in samenwerking met specifieke actiecomité’s e.d geschieden, maar van geval tot geval dient wel bekeken te worden of hier naar het oordeel van Oud Leiden echt sprake is van aantasting van het historisch karakter van de stad. Dat betekent onder meer dat de vraag naar eigendom of gebruik van een monumentaal gebouw meestal geen zaak is waar Oud Leiden zich in zou moeten mengen.

Behoud voorwerpen, in bijzonder het fotoproject
De statutaire doelstelling strekt zich in beginsel ook uit tot voorwerpen. Over het algemeen is dat in de huidige omstandigheden niet actueel. De gemeentelijke voorzieningen inzake archeologisch bodemonderzoek, archieven en musea voldoen, deels op wettelijke grondslag, goed. Een enkel maal zal wellicht bemiddelend kunnen worden opgetreden. Budget hiervoor ontbeert Oud Leiden. Er is echter één duidelijke uitzondering en dat zijn de foto’s die Oud Leiden heeft verworven en nog steeds verwerft. De groep vrijwilligers die deze foto’s ordent, digitaliseert en toegankelijk maakt via de Beeldbank van Oud Leiden levert, in samenwerking met het Regionaal Archief een belangrijke bijdrage aan de documentatie (en zo dus ook aan de kennis) van de geschiedenis van de stad.

Herdenkingsmonumenten
Een bijzondere vorm van aandacht voor het historisch karakter van de stad is te vinden in de gedenktekens (standbeelden en andere ‘monumenten’). Indien deze gedenktekens er eenmaal zijn, vormen zij deel van de stedelijke bebouwing en zijn daarom in beginsel ook in de aandacht van de vereniging. De vraag is of Oud Leiden ook een initiërende of ondersteunende rol heeft bij de oprichting van nieuwe gedenktekens. Veel ruimte lijkt daarvoor niet, maar indien er initiatieven zijn kan Oud Leiden naar bevind van zaken adhesie of steun verlenen.

Voorwaarden om deze taken te kunnen vervullen
Om deze taken naar behoren te kunnen uitvoeren moet aan enkele voorwaarden worden voldaan. De vereniging dient een adequate organisatie te kennen, er dienen voldoende leden te zijn, aan de activiteiten moet goed publiciteit worden gegeven en er moet met relevante partners worden samengewerkt. Aspecten daarvan zij al aan de orde geweest.

De organisatie van de vereniging
De organisatie van de Vereniging Oud Leiden lijkt adequaat en up to date. Er zijn statuten en reglementen, er is een bestuur, er zijn commissies, er zijn periodieken en er is een website. De financiën zijn op orde. Er lijkt daarom geen reden voor een grootscheepse herziening. Naar bevind van zaken zullen aanpassingen gedaan kunnen worden met het oog op efficiency en effectiviteit.

De website, die op zich geen aanleiding geeft tot ernstige klachten, is niettemin aan een vernieuwing toe. Daaraan wordt ook gewerkt. Voor de communicatie met de leden kan meer via de website worden gewerkt. Maar de enquęte onderstreept wat al vermoed kon worden: het ledenbestand van de Vereniging is van dien aard dat op deze wijze niet alle leden goed worden bereikt. Het Mededelingenblad (en incidenteel een afzonderlijk kaartje) blijft vooralsnog hét middel waarlangs het bestuur met de leden dient te communiceren. Zoals gezegd: de financiën zijn op orde. Dat is wezenlijk. De contributie is vergelijkenderwijze laag. Bij blijvend dalende ledenaantallen gaat dat problemen geven. Ook los daarvan is in ieder geval periodiek een inflatiecorrectie van de contributie nodig. Aangezien de laatste contributieverhoging al weer een aantal jaren geleden is, betekent dit dat een verhoging per 1-1-2009 op zijn plaats is. Indien het ledental hersteld wordt c.q. stabiliseert kan een grotere contributieverhoging achterwege blijven. Tenzij het beleid zich zou gaan richting op een ander (duurder) niveau van activiteiten. Op dit moment is dat niet aan de orde.

Ledenwerving, publiciteit en propaganda
Zonder een stevig ledenbestand kan de vereniging geen kant op. Het aantal van ruim 2.000 leden is bevredigend, maar de dalende tendens is zorgelijk. De ledenwerving (en de propaganda) is de laatste jaren wat verwaarloosd. Het ledenbestand lijkt ook relatief aan de oude kant. Het is wenselijk juist ook onder de jongere Leidenaren en nieuwe bewoners van de stad leden te winnen. Daarom is het belangrijk dat recent de propagandacommissie gerevitaliseerd is en zich bezint op een scala van mogelijkheden om die dalende tendens te stoppen en in een stijgende te veranderen. Het is niet verstandig daar in deze notitie op vooruit te lopen. Maar wel is in het overleg tussen bestuur en propagandacommissie geconcludeerd dat het voor de herkenning van de naam van de vereniging wenselijk deze te afficheren als Historisch Vereniging Oud Leiden (roepnaam kan Oud Leiden blijven). Het lijkt niet nodig alleen daarvoor tot een statutenwijziging over te gaan. Het beste lijkt voortaan in de praktijk deze naam te gebruiken en als te zijner tijd om andere redenen een statutenwijziging nodig is ook die nieuwe naam in de statuten op te nemen.

Samenwerking
Leiden kent een zeer groot aantal verenigingen en stichtingen die zich om (aspecten van) het Leidse verleden bekommeren. Dat biedt soms een wat versnipperd beeld en er is ook wel eens sprake van overlap. Maar belangrijker is, dat het een teken is dat wij er niet alleen voor staan om onze doelstellingen te realiseren. Liever dan een concurrentiestrijd aan te gaan, kiest Oud Leiden voor samenwerking waar mogelijk en ambieert de Vereniging in die samenwerking ook een leidende rol te spelen. In de huidige omstandigheden lijkt de beste vorm de al genoemde samenwerking met zeven andere verenigingen en stichtingen. Deze samenwerking vindt thans geheel op informele grondslag plaats. Dat heeft grote voordelen, met name die van efficiëntie. Daarom lijkt het verstandig dat voorlopig zo te houden. Het sluit meer incidentele samenwerking met anderen ook niet uit. Mocht later in dit of breder verband wenselijk zijn deze samenwerking te formaliseren dan kan de nu slapende Stichting Cultureel Platform worden gerevitaliseerd. Op het gebied van samenwerking is tenslotte nodig aan de orde te stellen, dat de traditionele samenwerking met de buurgemeenten aan het verlopen is. De meeste buurgemeenten hebben inmiddels eigen historische verenigingen, die zich voornamelijk op eigen activiteiten in de eigen gemeente richten. Dat is een logische ontwikkeling en er is ook niets mis mee. Het verdient aanbeveling op termijn in goed overleg met die zusterverenigingen eens te bezien of er behoefte is aan een andere manier van (al of niet geformaliseerde) samenwerking dan thans het geval is.

J.C.H. Blom
Leiden, juli 2008