De historische vereniging Oud Leiden houdt zich sinds haar oprichting op 5 november 1902 bezig met de geschiedenis van Leiden.

Historische vereniging Oud Leiden : Home > Nieuws > Mededelingenblad > 'Kwik nagenoeg nul'
'Kwik nagenoeg nul'

Tentoonstelling in Museum Boerhaave  -  1 maart 2011 t/m 8 januari 2012  -  www.museumboerhaave.nl

Honderd jaar geleden ontdekte Heike Kamerlingh Onnes de supergeleiding. Het gaat om een exotisch maar belangrijk verschijnsel, dat onder meer toepassing vindt in MRI-scanners en deeltjesversnellers. Museum Boerhaave staat stil bij deze mijlpaal uit de geschiedenis van de wetenschap met de kleine maar fijne tentoonstelling ’Kwik nagenoeg nul’.

Supergeleiding is het verschijnsel dat in bepaalde materialen bij extreem lage temperatuur de elektrische weerstand opeens wegvalt. Het is op 8 april 1911 door Kamerlingh Onnes in zijn Leidse koudelaboratorium voor het eerst waargenomen. In een stroomdraad van bevroren kwik zakte bij een temperatuur van enkele graden boven het absolute nulpunt (-273 ºC) de electrische weerstand in één klap naar nul. Kamerlingh Onnes noteerde deze bijzondere waarneming in zijn aantekenboekje met de woorden ‘kwik nagenoeg nul’.

Topstukken van de tentoonstelling ‘Kwik nagenoeg nul’ zijn allereerst de heliumliquefactor, het koelapparaat waarmee Kamerlingh Onnes in 1908 als eerste ter wereld helium vloeibaar maakte. Zeer bijzonder is het klosje looddraad uit 1912, de eerste supergeleidende spoel. Ook het originele aantekenboekje waarin Kamerlingh Onnes op 8 april 1911 zijn historische waarneming noteerde, is te bewonderen. Verder is er aandacht voor de hoofdpersonen van toen, ieder met een eigen rol in de ontdekking.

Al deze topvoorwerpen en schematische weergaven van proefopstellingen vertellen veel, maar verraden weinig over het vuil en het vet, het lawaai en het teamwork dat achter het succesverhaal van Kamerlingh Onnes schuil gaat. Zijn ‘koudelab’ was een rommelig ogende, lawaaiige fabriek waar wetenschappers, technici, studenten en instrumentmakerleerlingen te midden van dreunende pompen nauw samenwerkten bij experimenten die vaker mislukten dan slaagden. Kunststukjes van de technische duizendpoot Gerrit Jan Flim en van glasblazer Oskar Kesselring getuigen van het onmisbare aandeel dat deze bijna vergeten technici in het succes van Kamerlingh Onnes hadden. Succes dat in 1913 culmineerde in de Nobelprijs voor de natuurkunde.