De historische vereniging Oud Leiden houdt zich sinds haar oprichting op 5 november 1902 bezig met de geschiedenis van Leiden.

Historische vereniging Oud Leiden : Home > Nieuws > Mededelingenblad > Vogelwijk, woonbuurt met twee groene vleugels
Vogelwijk, woonbuurt met twee groene vleugels

In de donkere dagen voor Kerstmis zag een nieuw boekje over de Leidse historie het licht: 'De Vogelwijk, geschiedenis van een Leidse buurt'.

Op elk huisadres in de wijk wordt een exemplaar bezorgd. En op 10 januari 2011 krijgt wethouder Jan-Jaap de Haan het boekje officieel aangeboden door een deputatie van het wijkcomité en de redactie van het wijkblad 'De Praatvogel'. De wijk ligt binnen de driehoek Rijnsburgerweg – Wassenaarseweg – Nachtgaallaan en kent een historie die grofweg 3800 jaar teruggaat want dan vestigen de eerste bewoners zich op de 5000 jaar geleden gevormde strandwallen met uitzicht op het tussenliggende moerasgebied. Bij opgravingen in 2000 op het Pomona-terrein (waar nu het Regionaal Revalidatie Centrum staat) worden de tot dusver oudste sporen van Leidse bewoning aangetroffen. Waterputten, wagenwielen, potten en scherven, dierskeletten en palen die gedateerd worden uit de periode van 500 jaar voor tot 270 jaar na Christus.

Met een forse sprong in de tijd belanden we in de 13de eeuw wanneer het kasteel Paddenpoel verrijst waar nu de studentenflats aan het Flanorpad staan. Het wordt tweemaal verwoest (in 1393 en 1420) en waarschijnlijk vormen restanten de bouwstenen voor Mariënpoel dat van 1431 tot 1572 als klooster wordt gebruikt. Op de plek ontstaat later het kleine gehucht Poel met enkele boerderijen. Op dat ogenblik bestaat de Rijnsburgerweg al, zij het als een smal en deels verhard pad. De doorgaans grote en luxueuze woningen langs deze belangrijke verbindingsweg die deel uitmaken van de Vogelwijk worden in de periode 1899 – 1910 gebouwd. Van de kleine 700 huizen die de wijk nu omvat is het merendeel tot stand gekomen in de jaren 1926 – 1928.

 

Dat Vogelwijk een terecht gekozen naam is blijkt uit het feit dat van de zestien straten er elf een vogelsoort in de naam hebben. Het boekje meldt overigens dat Leiden zeventig straten kent met een vogelnaam en in heel Nederland zelfs meer dan 6.000. De wijk kent aan de west- en oostkant twee groene vleugels. Tussen de Nachtegaallaan en de bosrand van Endegeest ligt het Landje van Bremmer een weiland met sloten, genoemd naar de pachter wiens gezin een boerderij in de Leidse Hout bewoonde. Ten zuiden daarvan liggen de in 1946 opgerichte speeltuin Vogelenwijk en het volkstuincomplex Zonneveld, genoemd naar de persoon die in 1942 de tuingroep oprichtte nadat er in de voorafgaande crisisjaren al groentetuintjes waren ontstaan. Overigens woont een derde van de ruim negentig leden in de aangrenzende wijk.

De 'groene long' aan de andere kant is het landgoed dat nu Bos van Bosman heet en met een oorspronkelijke omvang van twintig hectare groter was dan de hele wijk. Vernoemd naar de eigenaar, textielbaron en multimiljonair Aleidus Gerardus Bosman (1871-1958). Hij laat de nestor van de Nederlandse tuinarchitectuur Leonard Springer rondom zijn villa Nieuweroord een park aanleggen met moes- en bloementuinen, waaronder een rosarium, vijverpartijen, een kwekerij en omsloten door weiden en bossen met een zeer gevarieerd bomenbestand. Na zijn dood in 1958 grijpt de verloedering om zich heen maar keert Nieuweroord als naam terug voor een zusterhuis, waarvoor in 1966 de eerste paal wordt geslagen.

Van zijn omvangrijke bezit verkoopt Bosman al in de jaren twintig van de vorige eeuw 1,8 hectare om de vestiging van de Anna-Kliniek voor Orthopaedie mogelijk te maken. Een initiatief van de Vereeniging voor Misvormden (!) die in 1919 is opgericht door de latere geneesheer-directeur dr. M. Murk Jansen, ruim financieel gesteund door naamgeefster, de rijke accountant Anna Elisabeth Groll, die secretaris-penningmeester wordt. In 1929 is de officiële opening van het complex dat operatie- en therapieruimten, een orthopedische werkplaats en verpleegzalen met zestig bedden omvat. Op de vele opmerkelijke gebeurtenissen rond de kliniek tot de sloop in 1977 bericht het boekje uitvoerig. Dat geldt ook voor de levensloop van twee zeer beroemde bewoners van de Vogelwijk: prof. Niko Tinbergen (1907-1988), grondlegger van de wetenschap diergedrag (ethologie) en winnaar van de Nobelprijs voor fysiologie en geneeskunde in 1973. In 1938 kwam hij met zijn gezin in de Leeuwerikstraat wonen. Elf jaar later verhuisde hij naar Oxford om daar zijn baanbrekende werk voort te zetten.

Tinbergen hield na de oorlog over de hele wereld lezingen over zijn veldwerk en publiceerde in 1951 zijn beroemde boek 'The Study of instinct'. Jarenlang was prof. Henk Casimir (1909-2000) zijn buurman die op de hoek van de Vinkenstraat woonde. Hun tuinen grensden aan elkaar. In 1931 promoveerde Casimir in Leiden en werd in 1939 bijzonder hoogleraar in de natuurkunde tot zijn emeritaat in 1977. In 1942 verhuisde hij naar Eindhoven om te gaan werken bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips en werd in 1956 lid van de raad van bestuur van het elektronicaconcern. Ook was hij van 1973 tot 1978 de eerste president van de Koninklijke Nederlands Akademie van Wetenschappen, het adviesorgaan van de overheid en verwierf vijf eredoctoraten in het buitenland. De grote aantrekkelijkheid van het boekje schuilt in het feit dat het de betekenis voor de Vogelwijk overstijgt.

Want naast de informatie over het economische en sociale leven van zijn bewoners, zoals de volledig verdwenen wijkwinkels, de strijd tegen de vierbaansweg langs de wijk, worden waar mogelijk feiten in een stedelijk, regionaal en soms zelfs nationaal kader geplaatst. Dat gevoegd bij een keur aan historisch illustratiemateriaal en een actueel kleurenfotokatern in het hart maakt het interessant voor een groot historisch geïnteresseerd publiek.

De Vogelwijk, geschiedenis van een Leidse buurt – Hans Dirken, Eveline Kamstra en anderen – 128 pagina's – Prijs: 16 euro.