| Leiden boekenstad met internationale faam |
|
Leiden is een échte boekenstad stelt Rick Honings vast in zijn onlangs verschenen studie over het literaire leven in Leiden tussen 1760 en 1860. De stad kent in die periode tientallen boekverkopers, waarvan de grotere de functies van uitgever, drukker en organisator van boekenveilingen meestal tegelijkertijd vervullen. En tot over de landsgrenzen bekendheid genieten. Behalve die grote verwevenheid kennen ze nog één gemeenschappelijke factor: hun sociale betrokkenheid. De bloei begint in de Gouden Eeuw wanneer Christoffel Plantijn en Louis Elsevier het culturele leven een impuls geven. De laatste organiseert al aan het einde van de 16de eeuw een boekenveiling. Een Leidse uitvinding, volgens Honings, die in zijn boek de 'grootmachten' van de Leidse boekwereld uitgebreid belicht. Zoals Jordaan Luchtmans die zijn firma in 1683 sticht en het in 1730 al heeft gebracht tot stads- en academiedrukker, gevestigd aan het Rapenburg. Het bedrijf dat van vader op zoon overgaat totdat zoon Samuel III overlijdt, verwerft internationale faam. Het rekent in binnen- en buitenland hoogleraren, geestelijken en studenten tot zijn clientèle en levert ook het lesmateriaal voor de Latijnse school. Bovendien verzorgt de uitgeverij ook de jaarboeken van de Nederlandse Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Een van de actiefste leden Matthijs Siegenbeek (1774-154) is tevens vaste auteur. Andere grote namen waren Guillaume Groen van Prinsterer en Isaac de Costa. In 1812 neemt Johannes Brill (1767-1859), die sinds 1801 een in Oosterse talen gespecialiseerde drukkerij aan de Oude Rijn bezit, tot 1848 de leiding over. Zijn zoon Evert Jan volgde hem op tot diens dood in 1871. Een leerling van Luchtmans Cornelis van Hoogeveen begint in 1761 voor zichzelf in de Pieterskerkchoorsteeg. Hij is onder andere uitgever van dichter Bilderdijks anoniem verschenen debuut 'Mijn Verlustiging' in 1781. Een tweede grote uitgeverij is Du Mortier en Zn. gevestigd in de Nieuwsteeg, die vooral tot bloei komt na de intrede van David jr. (1757-1818). Hij was ook een van de oprichters van de Vereeniging ter bevorderring van de belangen des Boekhandels in 1815. Bedoeld om illegale nadrukken en het verspreiden van boeken te beteugelen. De Mortier was dé schoolboekenuitgever van Nederland en de productiefste auteur was de in Leiden geboren Nicolaas Anslijn (1777-1838), onderwijzer op armenscholen in Amsterdam en Haarlem. Met zijn catalogus van deugden 'De Brave Hendrik' groeiden hele generaties kinderen op. Bij uitgaven werkt Du Mortier geregeld samen met Leendert Herdingh, die in de Kloksteeg een zaak had. Vanaf 1850 wordt aan de positie van de oude machthebbers getornd door uitgeverij Sijthoff die de sneldrukpers in Leiden introduceert en in 1860 de concurrentie met de Leidsche Courant begint met de uitgave van het Leidsch Dagblad. Een flink aantal topmensen uit de historische uitgeverswereld zijn terug te vinden in de straatnamen van het wijkje Bockhorst in het Morskwartier. (Voor meer gegevens over de uitgave zie ook het mededelingenblad van januari 2012) In de achttiende eeuw zijn boeken erg duur. Een roman kost meerdere guldens terwijl de geschoolde arbeider niet meer verdient dan negen gulden per week. Omdat de Universiteits Bibliotheek en de Bibliotheca Thysiana alleen toegankelijk zijn voor academici beperken de leesmogelijkheden voor anderen zich tot de koffiehuizen en sociëteiten. De eerste Leidse commerciële bibliotheek opent pas in 1823 de deuren nadat eerdere pogingen schipbreuk lijden door tegenwerking van boekverkopers die voor hun positie vrezen. Vanaf 1830 maken die een ommezwaai en beginnen zelf leesbibliotheken te openen en bieden bladen, kranten en tijdschriften thuis ter lezing aan. |
Gerelateerde Artikelen
- 10-5: denk mee over de Limes in de Leidse Ommelanden
- Geef u op voor een excursie
- Leiden boekenstad met internationale faam
- Voorzitter Vereniging Warmondse Feesten leest verhaal voor tijdens kerstsamenzang
- Leidse boeken met korting
- Zeeheldenbuurt ongerust over trace Ringweg Oost
- Historische Leidse gevelkleuren in kaart gebracht